Internationale studie bij patiënten met hormoongevoelige borstkanker

20 maart 2018

In het verleden onderzochten verschillende wetenschappelijke studies het verband tussen het gen CYP2D6, de concentratie van endoxifen in het bloed en een slechtere therapierespons op tamoxifen. Tamoxifen is een antihormonaal geneesmiddel dat wordt toegediend aan patiënten met uitgezaaide hormoongevoelige borstkanker.
De resultaten van deze studies waren steeds erg tegenstrijdig. Maar het onderzoeksproject onder leiding van prof. dr. Patrick Neven, dat in 2008 200.000 euro financiële steun kreeg van Kom op tegen Kanker, zorgt voor duidelijkheid.

 

Wisselend succes van hormoontherapie met tamoxifen

Tumoren in de borst zijn meestal gevoelig voor vrouwelijke hormonen, wat betekent dat hormonen de groei van kankercellen bevorderen. Door medicijnen toe te dienen die de gevoeligheid voor hormonen verminderen, kan de werking van de kankercellen geblokkeerd of vertraagd worden. Men spreekt dan van hormoontherapie. 
Tamoxifen is een antihormonaal geneesmiddel dat wordt toegediend aan patiënten met elke vorm van hormoongevoelige borstkanker. Wanneer tamoxifen in het lichaam komt, wordt het omgezet in een andere stof met de naam endoxifen. Endoxifen is de actieve vorm van het geneesmiddel.

Op dit moment variëren de respons op therapie met tamoxifen, alsook de bijwerkingen die de patiënten bij deze therapie ervaren, sterk. Een mogelijke verklaring hiervoor kan gezocht worden in de manier waarop tamoxifen in het lichaam wordt omgezet tot endoxifen. Wanneer deze omzetting vlot gebeurt, is de concentratie aan endoxifen in het lichaam hoog, en wordt een goede respons op de therapie verwacht.  Bij de meerderheid van de patiënten verloopt deze omzetting vlot, wat maakt dat deze patiënten een hoog gehalte aan endoxifen in het bloed hebben. Bij een deel van de patiënten gebeurt deze omzetting echter minder vlot, waardoor het gehalte aan endoxifen in het bloed beduidend lager is. Bij deze patiënten wordt een minder goede therapierespons verwacht. Hierdoor bestaat de twijfel of het wel zinvol is om deze patiënten met tamoxifen te behandelen. In België is dit het geval bij een 600-tal borstkankerpatiënten per jaar. De omzetting van tamoxifen naar endoxifen in het lichaam wordt bepaald door het gen CYP2D6. Variatie in dit gen resulteert in een verschil in de mate waarin tamoxifen bij patiënten wordt omgezet tot endoxifen.  

Bij wetenschappers ontstond het idee dat, op basis van een genetische test waarbij dit gen geanalyseerd wordt, de respons op therapie met tamoxifen bij patiënten voorspeld zou kunnen worden. In het verleden hebben er reeds verschillende wetenschappelijke studies plaatsgevonden die een duidelijk verband tussen het gen CYP2D6, de concentratie van endoxifen in het bloed en een slechtere therapierespons op tamoxifen, onderzochten. De resultaten van latere studies bleken dan weer erg tegenstrijdig te zijn. De verklaring voor deze tegenstrijdigheid lag in de lage kwaliteit (‘retrospectief onderzoek’) van de verschillende studies. Hierdoor vond de theorie om op basis van een genetische test al dan niet een patiënt te behandelen met tamoxifen, tot nu toe nooit zijn weg naar de klinische praktijk.

 

Onderzoek van prof. dr. Neven

In een groot ‘prospectief’ onderzoeksproject onder leiding van prof. dr. Patrick Neven, werden 297 borstkankerpatiënten in 15 verschillende ziekenhuizen in België en Zwitserland tussen 2009 en 2014, tijdens hun behandeling  met tamoxifen, op lange termijn opgevolgd. De resultaten van deze studie waren duidelijk: prof. dr. Neven toonde aan dat er geen verband bestaat tussen de individuele variaties in het gen, het gehalte van endoxifen in het bloed, en de therapierespons bij patiënten. Er is dus geen reden om aan te nemen dat de populatie van borstkankerpatiënten, die tamoxifen minder goed omzetten in endoxifen, minder baat zouden hebben bij een behandeling met tamoxifen. De bepaling van endoxifen in het bloed en het uitvoeren van een genetische analyse zou bijgevolg geen nut hebben in het voorspellen van de therapierespons. Deze klinisch belangrijke bevinding verscheen net online in Clinical Cancer Research, het tijdschrift van de American Association of Cancer Research.

 

Met de financiële steun van Kom op tegen Kanker

Dit onderzoek werd uitgevoerd dankzij de financiële steun van Kom op tegen Kanker. Zonder die steun kan dergelijk onderzoek niet plaatsvinden, aangezien voor dit soort onderzoek geen interesse is vanuit de farmaceutische industrie. Het geneesmiddel tamoxifen valt immers niet meer onder de bescherming van een patent.
Marc Michils, directeur van Kom op tegen Kanker: “Kom op tegen Kanker steunt onderzoek dat een directe meerwaarde biedt voor de behandeling van de kankerpatiënt én waarvoor er onvoldoende interesse is bij de farmaceutische industrie. Het onderzoek van prof. dr. Patrick Neven is een mooi voorbeeld van een onderzoek dat zonder onze steun weinig kansen krijgt, maar wel een groot verschil betekent voor kankerpatiënten.”

Meer info? Mail naar infobmc@komoptegenkanker.be

 

 

 

Help mee

Doe een gift!